ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7659
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking vertrouwelijke stukken CFH op grond van Wob
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster om slechts gedeeltelijk te voldoen aan een Wob-verzoek tot openbaarmaking van vergaderstukken en notulen van de Commissie Farmaceutische Hulp (CFH) over de periode maart tot juni 2006 betreffende het geneesmiddel Noxafil.
Verweerster heeft sommige documenten met weglatingen openbaar gemaakt en de weigering gebaseerd op artikel 10, tweede lid, onder g, en artikel 11 van Pro de Wob gemotiveerd. De rechtbank stelt vast dat de CFH een bestuursorgaan is en dat verweerster het belang van vertrouwelijk beraad en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van betrokkenen terecht heeft meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de commissieleden om vrijelijk te kunnen vergaderen zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid. Openbaarmaking zou de kwaliteit van advisering en de binding van nieuwe leden negatief beïnvloeden. Ook het weglaten van namen van aanwezigen is gerechtvaardigd om individuele inbreng niet herleidbaar te maken.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de weigering van openbaarmaking op grond van genoemde Wob-bepalingen rechtmatig is. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de weigering tot volledige openbaarmaking.