ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8027
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking horeca-exploitatievergunning en weigering gedoogverklaring
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van 20 augustus 2009 van de burgemeester van Amersfoort om de gedoogverklaring voor 2009 te weigeren en de horeca-exploitatievergunning van verzoeker met onmiddellijke ingang in te trekken.
De voorzieningenrechter overweegt dat de weigering van de gedoogverklaring geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar wel betrokken kan worden bij de beoordeling van de intrekking van de vergunning. Verweerder had de gedoogverklaring niet mogen weigeren op grond van het ontbreken van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), omdat dit geen vereiste is volgens het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999.
De intrekking van de exploitatievergunning is gebaseerd op dezelfde onjuiste grondslag, namelijk het ontbreken van een VOG, terwijl de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dit niet als intrekkingsgrond noemt. Daarom is het besluit tot intrekking onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De voorzieningenrechter schorst het besluit tot intrekking van de vergunning en gelast verweerder verzoeker te behandelen alsof hij in het bezit is van een gedoogverklaring tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot intrekking van de horeca-exploitatievergunning wordt geschorst.