ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0870
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging onredelijk bezwarend boetebeding in creditcardovereenkomst
In deze civiele procedure vordert ICS betaling van openstaande bedragen en een boete wegens het niet retourneren van een geblokkeerde Visa Card. Gedaagde betwist de boete en stelt dat hem telefonisch was meegedeeld dat hij de kaart mocht doorknippen en weggooien. De rechtbank oordeelt dat gedaagde deze stelling onvoldoende heeft onderbouwd en dat het boetebeding, hoewel niet op de zwarte of grijze lijst, getoetst moet worden aan de open norm van artikel 6:233 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat de boete van EUR 23,00 per dag kan oplopen tot EUR 34.247,00, wat in geen verhouding staat tot de hoofdsom van EUR 4.500,45. Dit leidt tot de conclusie dat het boetebeding onredelijk bezwarend is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG en artikel 6:233 BW Pro. De boete wordt daarom vernietigd.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom met rente en tot teruggave van de Visa Card, wijst de gevorderde boete af en vernietigt het eerdere verstekvonnis. Daarnaast wijst zij de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het boetebeding wordt vernietigd en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met rente en teruggave van de Visa Card.