ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1931
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Verburg
- J. Ebbens
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking debriefingsverslagen Dutchbat-militairen Srebrenica op grond van Wob
Eiseres verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) inzage in documenten die zijn gebruikt bij het rapport over Srebrenica, waaronder debriefingsverslagen van Dutchbat-militairen. Verweerder weigerde deze openbaar te maken met beroep op artikel 10, tweede lid, onder e en g, van de Wob, vanwege bescherming van persoonlijke levenssfeer en het belang van de krijgsmacht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het belang van persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling van betrokken militairen zwaarder wegen dan het belang van openbaarmaking. Daarbij is meegewogen dat aan militairen vertrouwelijkheid was toegezegd en dat de gebeurtenissen traumatisch waren. Ook het tijdsverloop van meer dan 12 jaar leidt niet tot een andere belangenafweging.
Ten aanzien van NAVO-documenten met classificatie 'unclassified' oordeelt de rechtbank dat openbaarmaking niet is toegestaan omdat deze alleen voor officiële NAVO-doeleinden vrijgegeven mogen worden. Voor COREU-berichten is eveneens geweigerd openbaarmaking vanwege internationale betrekkingen. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, met uitzondering van een deel dat niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens gebrek aan belang. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering tot openbaarmaking van documenten wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.