ECLI:NL:RBUTR:2010:BL7119
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Utrecht verklaart zich onbevoegd inzake geschil over advocatendeclaraties en verschotten
De zaak betreft een geschil tussen de besloten vennootschap DE RIJK VAN DE WESTERLO ADVOCATEN B.V. en een gedaagde over de hoogte van advocatendeclaraties en de vergoeding van verschotten. De rechtbank heeft in een tussenvonnis reeds een bedrag van €7.500 toegewezen wegens onverschuldigde betaling.
De rechtbank overweegt dat het primaire verweer van de gedaagde, dat de kosten van rechtsbijstand te hoog zijn en onduidelijk zijn, betrekking heeft op de hoogte van de declaraties. Dit geschil valt onder de artikelen 32-40 van de WTBZ, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaart en het geschil aan de Raad van Toezicht wordt voorgelegd.
De rechtbank stelt dat ook de verschotten, zoals griffierecht en kosten van medisch adviseur, onder de exclusieve bevoegdheid van de Raad van Toezicht vallen, conform artikel 35 WTBZ Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Wel veroordeelt zij de gedaagde tot betaling van beslagkosten van €310,28 en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst een bedrag van €7.500 toe wegens onverschuldigde betaling, veroordeelt tot betaling van beslagkosten en verklaart zich onbevoegd over het geschil over de hoogte van declaraties en verschotten.