ECLI:NL:RBUTR:2010:BM0307
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Wagenmakers
- C.H.M. Pastoors
- E. Sikkema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan opzet bij poging invoer heroïne via postpakket
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van poging tot invoer van ongeveer 547,92 gram heroïne via een postpakket uit India. Het pakket was gevuld met heroïne verstopt in auto-onderdelen en werd onderschept door de Duitse douane. Verdachte nam het pakket in ontvangst, maar ontkende kennis te hebben van de inhoud of bezorging.
De rechtbank onderzocht telefonische contacten en verklaringen van medeverdachten en concludeerde dat verdachte bewust zijn adres ter beschikking stelde en handelde in nauwe samenwerking met medeverdachten. Desondanks oordeelde de rechtbank dat verdachte geen opzet had op invoer van heroïne, omdat hij geen voorkennis had van de bezorging en inhoud van het pakket.
De verdediging voerde aan dat handelingen na inbeslagname van de heroïne niet tot bewijs van invoer konden leiden, maar dit werd verworpen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte handelingen verrichtte die samenhingen met de poging tot invoer, maar sprak hem vrij van het ten laste gelegde wegens gebrek aan opzet.
De rechtbank veroordeelde verdachte wel tot zes maanden gevangenisstraf voor het plegen van het feit, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. De straf werd gematigd vanwege de minder belangrijke rol van verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van opzet bij poging invoer heroïne en veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf.