ECLI:NL:RBUTR:2010:BM5297
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst vóór aanvang proeftijd wegens vermeende chronische ziekte verboden
Eiser sloot op 7 januari 2010 een arbeidsovereenkomst met Sopro Nederland voor de functie van accountmanager met een proeftijd van één maand, ingaande op 1 maart 2010. Kort na ondertekening werd eiser opgenomen in het ziekenhuis vanwege een meervoudig hartinfarct en was hij niet in staat om op de ingangsdatum te starten.
Sopro beëindigde de arbeidsovereenkomst vóór aanvang van de proeftijd met het argument dat een beoordeling van de geschiktheid van eiser niet mogelijk was vanwege zijn ziekte en het risico op langdurig ziekteverzuim. Eiser stelde dat dit een verboden onderscheid was op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ).
De kantonrechter stelde vast dat de ziekte van eiser chronisch van aard was en dat Sopro bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst uitging van een vermeende chronische ziekte, wat een verboden onderscheid vormt. Er was geen twijfel aan de geschiktheid van eiser voor de functie. Daarom werd Sopro veroordeeld tot betaling van het loon over de periode van 1 maart tot 21 mei 2010 en 70% van het loon vanaf 22 mei 2010 zolang de arbeidsovereenkomst zou voortduren, alsmede tot betaling van proceskosten. De vordering tot het opstellen van een plan van aanpak en buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
Uitkomst: Sopro Nederland is veroordeeld tot betaling van loon wegens verboden onderscheid bij beëindiging arbeidsovereenkomst vóór aanvang proeftijd.