ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9266
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verevening pensioenrechten en afstorting kapitaal na echtscheiding
De vrouw vordert pensioenverevening van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten van de man, waaronder stamrecht, ouderdomspensioen bij externe verzekeraars en pensioen in eigen beheer bij de BV van de man. De rechtbank oordeelt dat het stamrecht niet als pensioengerelateerde voorziening kwalificeert en dus niet voor verevening in aanmerking komt.
De rechtbank bevestigt dat de ouderdomspensioenen bij externe pensioenverzekeraars wel voor verevening in aanmerking komen en veroordeelt de man tot het verstrekken van onherroepelijke volmachten zodat de helft van het vereveningsdeel rechtstreeks aan de vrouw wordt uitbetaald. Tevens wordt de BV en de man hoofdelijk veroordeeld tot afstorting van het kapitaal dat nodig is ter nakoming van de vereveningsaanspraken en tot het stellen van een bankgarantie voor het nabestaandenpensioen.
De rechtbank wijst de stelling van de BV dat zij technisch failliet is af, gezien het uitgavenpatroon en het ontbreken van onderbouwing. De zaak wordt aangehouden voor nadere berekeningen van het benodigde kapitaal en nadere stukken van partijen. Tevens wordt een reconventionele vordering van de BV tot betaling afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Stamrecht niet voor verevening, maar afstorting en zekerheidstelling van vereveningsdeel ouderdoms- en partnerpensioen toegewezen met aanhouding voor nadere berekeningen.