ECLI:NL:HR:2008:BE9080
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huwelijksgemeenschap en verknochtheid stamrechtverzekering na scheiding
De vrouw verzocht bij de rechtbank echtscheiding en verdeling van de huwelijksgemeenschap, inclusief een maandelijkse bijdrage van de man in haar levensonderhoud. De rechtbank sprak de echtscheiding uit, stelde alimentatie vast en verdeelde de gemeenschap. Het hof vernietigde het alimentatiebesluit en stelde lagere bedragen vast, bekrachtigde verder de beschikking en wees het overige af. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het hof.
De kern van het geschil betrof de vraag of een koopsom van circa €268.000, gestort door de werkgever van de man in een stamrechtverzekering, moest worden betrokken bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Deze koopsom gaf recht op periodieke uitkeringen die het inkomen van de man aanvulden tot 70% van zijn laatstgenoten salaris tot aan zijn pensioen.
De Hoge Raad bevestigde dat aanspraken die zien op de periode na ontbinding van de gemeenschap niet in de gemeenschap vallen, omdat zij een vervanging zijn van inkomen dat de man bij voortzetting van zijn dienstbetrekking zou hebben genoten. Aanspraken die zien op de periode vóór ontbinding, en de reeds ontvangen uitkeringen, vallen wel in de gemeenschap. Omdat de vrouw niet het tegendeel had gesteld, werd aangenomen dat deze uitkeringen aan beiden ten goede zijn gekomen, zodat geen grond bestaat voor verdeling.
Het incidentele beroep van de man werd niet behandeld omdat het afhankelijk was van vernietiging van het principale beroep. De Hoge Raad verwierp het principale beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat aanspraken uit de stamrechtverzekering die na ontbinding van de huwelijksgemeenschap ontstaan niet in de gemeenschap vallen.