ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2087
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Jeugddetentie en gedragsbeïnvloedende maatregel voor woninginbraken en diefstal
De rechtbank Utrecht heeft op 6 juli 2010 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte die samen met anderen meerdere woninginbraken en diefstallen pleegde. De feiten betroffen onder meer het inbreken in woningen in Utrecht en Houten, het stelen van geld en goederen, en het bezit van een gestolen mobiele telefoon. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van bekennende verklaringen en aangiften.
De rechtbank stelde vast dat verdachte medepleger was bij diefstal door braak en diefstal met valse sleutels, en dat hij zich schuldig maakte aan opzetheling. De strafbaarheid werd niet uitgesloten, ondanks de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De rechtbank legde een jeugddetentie van 130 dagen op, waarbij het voorarrest in mindering werd gebracht, en een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) voor de duur van één jaar. Deze maatregel omvatte behandeling, begeleiding, begeleid wonen en deelname aan een intensief traject.
De rechtbank nam het advies van de psycholoog en de Raad voor de Kinderbescherming over, die een hoge recidivekans en een licht verstandelijke beperking bij verdachte constateerden. De gedragsbeïnvloedende maatregel werd gezien als laatste kans om het leven van verdachte positief te beïnvloeden. Tevens werd een schadevergoeding van € 2.450,- toegekend aan basisschool De Hoge Raven, met wettelijke rente, en werd verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met mededaders.
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd gedeeltelijk toegewezen voor twee weken nachtdetentie, met het overige afgewezen vanwege de intensieve GBM die nog moest starten. De rechtbank verklaarde een andere benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak benadrukt het belang van een integrale aanpak bij jeugdige delinquenten met gedragsproblemen en de noodzaak van maatwerk in strafoplegging en begeleiding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 130 dagen jeugddetentie en een gedragsbeïnvloedende maatregel van één jaar met gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.