ECLI:NL:RBUTR:2010:BN4310
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Curator vordert afdracht van door pandhouder geïncasseerde bedragen na faillissement
White House Publishers B.V. werd op 28 juni 2001 failliet verklaard, waarna mr. J.C. Herweijer als curator werd aangesteld. ABN AMRO had op 7 juni 2001 een stil pandrecht gevestigd op een vordering van White House op Contrast Internet Diensten B.V. (CID). Kort daarvoor, op 10 mei 2001, had een andere crediteur conservatoir derdenbeslag gelegd op diezelfde vordering. Na het faillissement incasseerde ABN AMRO via een incassobureau meerdere termijnen van in totaal EUR 9.552,00 bij CID.
De curator stelde dat ABN AMRO vanwege het voorafgaande beslag niet bevoegd was tot inning van de vordering en vorderde afdracht van de geïncasseerde bedragen, vermeerderd met rente en kosten. ABN AMRO betwistte dit en stelde dat zij niet gehouden was tot betaling aan de curator, tenzij er een formeel verzoek tot rangregeling zou zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat de blokkerende werking van het beslag van de eerdere crediteur ook onder het huidige beslag- en executierecht geldt, zonder dat een daartoe strekkend beroep door de curator vereist is. Hierdoor was ABN AMRO onbevoegd tot inning en moest zij de bedragen aan de curator afdragen. De rechtbank wees de vordering over het verschil tussen de oorspronkelijke vordering en het geïncasseerde bedrag af wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Tevens werd de rente toegewezen over de geïncasseerde bedragen vanaf de incassodatums en werden buitengerechtelijke kosten gematigd toegewezen. ABN AMRO werd veroordeeld tot betaling van EUR 9.552,00, EUR 768,00 aan incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: ABN AMRO is veroordeeld tot betaling van geïncasseerde bedragen met rente en kosten aan de curator wegens onbevoegdheid tot inning door voorafgaand beslag.