ECLI:NL:RBUTR:2010:BN4399
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van 51.500 euro na veroordeling voor deelname criminele organisatie en medeplegen oplichting
De rechtbank Utrecht behandelde een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die eerder was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van oplichting, valsheid in geschrift en witwassen. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €51.500,-, gebaseerd op betalingen en financiële transacties die verband hielden met de strafbare feiten.
Tijdens de zittingen werden diverse bewijsmiddelen besproken, waaronder hypotheekakten, banktransacties en facturen van een onderhoudsbedrijf. De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde geen voordeel had genoten uit zijn eigen panden, omdat hypotheken en schulden elkaar compenseerden.
De verdediging verzocht om rekening te houden met de beperkte financiële draagkracht van de veroordeelde, maar de rechtbank vond geen aanleiding om het bedrag te verlagen. De verplichting tot betaling aan de staat werd dan ook vastgesteld op €51.500,-. De vordering van de officier van justitie tot een hoger bedrag werd afgewezen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €51.500,- aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.