ECLI:NL:RBUTR:2010:BN5810
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens woninginbraken en diefstal met geweld
De rechtbank Utrecht heeft op 2 juli 2010 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere woninginbraken, diefstal met geweld en autoheling. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen op verschillende momenten inbraken pleegde waarbij goederen werden gestolen, waaronder een mobiele telefoon, een flatscreen televisie en een laptop. Tevens werd vastgesteld dat verdachte samen met anderen geld heeft gestolen met geweld op een schoolplein.
De verdediging voerde ontkenning en stelde dat verdachte niet bij de inbraken aanwezig was, onder meer door te betogen dat hij op het moment van een inbraak in een auto reed. Ook werd aangevoerd dat de vingerafdrukken op het inklimraam verklaard konden worden door nieuwsgierigheid. De rechtbank verwierp deze verweren op grond van getuigenverklaringen, forensisch bewijs en de omstandigheden van het delict.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde autoheling wegens onvoldoende bewijs. Gelet op de ernst van de feiten, het ontbreken van probleembesef en het hoge recidiverisico, legde de rechtbank een jeugddetentie van 144 dagen op en een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ). Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan de benadeelden.
De rechtbank wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke jeugddetentie af, omdat de PIJ-maatregel de veiligheid beter waarborgt. De uitspraak weerspiegelt de noodzaak van een gedwongen kader voor de gedragsbehandeling van verdachte, gezien zijn ernstige gedragsstoornis en het falen van eerdere hulpverlening binnen het gezin.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 144 dagen jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met vrijspraak voor autoheling.