ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6248
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens eerdere sepotmededeling
De rechtbank Utrecht behandelde op 17 augustus 2010 een zaak waarin de verdediging het verweer voerde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Dit was gebaseerd op een eerdere mededeling aan de raadsman dat vervolging niet langer opportuun werd geacht, na een eerdere veroordeling van verdachte waarbij TBS en een langdurige gevangenisstraf waren opgelegd.
De officier van justitie ontkende kennis van deze mededeling en weigerde als getuige te verschijnen om opheldering te geven over de context van het woord 'opportuun'. De rechtbank achtte het verweer van de verdediging niet onaannemelijk en ging uit van de stelling van de raadsman, mede omdat de officier van justitie niet meewerkte aan nader onderzoek.
Hierdoor concludeerde de rechtbank dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte. De dagvaarding was geldig en de rechtbank was bevoegd, maar het verweer slaagde vanwege de eerdere sepotmededeling.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht, met drie rechters en een griffier aanwezig.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens eerdere mededeling van sepot.