ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6268
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplegen oplichting en witwassen
De rechtbank Utrecht behandelde op 13 augustus 2010 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van oplichting, gebruik van vals geschrift en witwassen.
De officier van justitie vorderde een bedrag van € 10.200,- als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank heeft het dossier, het vonnis van 2 juli 2010 en de stukken inzake de hypothecaire leningen van verdachte onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen vermogensvoordeel heeft behaald met betrekking tot zijn panden te Veenendaal en Rhenen, omdat hij hypothecaire leningen met bouwdepots heeft verkregen die gelijk waren aan de hypothecaire schulden die hij tegelijkertijd aanging. Hierdoor is het vermogen van verdachte niet vermeerderd.
Op basis hiervan wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot ontneming af. De beslissing werd genomen door mr. G. Perrick, mr. S. Wijna en mr. R.P. den Otter, waarbij mr. S. Wijna niet kon ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens afwezigheid van vermogensvermeerdering.