ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6407
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding aannemingsovereenkomst wegens vermeende wanprestatie en betaling restant aanneemsom
Eisers en gedaagde sloten een aannemingsovereenkomst voor werkzaamheden aan een woning met een offerte van circa EUR 26.879 inclusief btw. Eisers vorderden ontbinding van de overeenkomst wegens vrees voor niet-tijdige nakoming, onder verwijzing naar artikel 6:80 lid 1 sub c BW Pro, en eisten betaling van kosten voor door derden uitgevoerde werkzaamheden en extra huur.
Gedaagde stelde zich bereid de werkzaamheden uit te voeren en betwistte dat eisers een succesvol beroep op ontbinding konden doen. De rechtbank oordeelde dat partijen niet waren overeengekomen dat gedaagde een gedetailleerde schriftelijke planning moest overleggen en dat gedaagde zich voldoende bereid had verklaard om de kleine badkamer en het toilet op tijd op te leveren en daarnaast te streven naar afronding van overige werkzaamheden.
Daarom was er geen grond voor ontbinding en werd de vordering van eisers afgewezen. In reconventie werd eisers veroordeeld tot betaling van het restant van de aanneemsom minus een besparing van EUR 600, vermeerderd met wettelijke rente. De vorderingen van gedaagde tot immateriële schadevergoeding en een verbod op negatieve uitlatingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst.
Uitkomst: De ontbindingsvordering van eisers wordt afgewezen en zij worden veroordeeld tot betaling van het restant van de aanneemsom aan gedaagde.