ECLI:NL:RBUTR:2010:BN9588
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke bijstandsfraude door verzwijging gezamenlijke huishouding
Verdachte ontving vanaf 2003 een bijstandsuitkering en werd door de gemeente Amersfoort per 1 december 2008 van deze uitkering uitgesloten wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder dit te melden. De rechtbank stelde op basis van getuigenverklaringen en observaties van de Sociale Recherche vast dat verdachte vanaf 1 september 2005 tot 2 december 2008 samenwoonde met betrokkene 1, ondanks ontkenning van verdachte.
De rechtbank sloot de verklaringen van verdachte bij de politie uit vanwege het ontbreken van voorafgaande advocaatbijstand, maar achtte het overige bewijs wettig en overtuigend. Verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk niet melden van de gezamenlijke huishouding, wat leidde tot onrechtmatige bijstandsontvangst.
De straf bestaat uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 140 uur, met een vervangende hechtenis van 70 dagen bij niet-naleving. De vordering van de gemeente Amersfoort tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de gemeente het bedrag reeds bestuursrechtelijk int.
De rechtbank verklaarde tevens verbeurdverklaring van in beslag genomen bankbiljetten van € 2.000,-. Verdachte toonde geen berouw en had een eerdere veroordeling. Het vonnis werd gewezen door Baauw-de Bruijn en De Weerd op 27 september 2010.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een werkstraf van 140 uur wegens opzettelijke bijstandsfraude.