ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1767
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor brand door gebrekkige frituurinstallatie en regresverdeling
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid voor brandschade veroorzaakt door een frituurinstallatie centraal. ASR en BBZ vorderen schadevergoeding van RSI, [gedaagde 3], EMGA en [gedaagde 4]. De rechtbank bevestigt dat de frituurinstallatie gebrekkig was en dat de brand is ontstaan door oververhitting van de frituurolie, waarbij de temperatuurregelaar en -beveiliging niet functioneerden.
[gedaagde 3] en RSI hebben tegenbewijs geleverd dat de brand zou zijn veroorzaakt door zelfontbranding van vervuild karton in de oven, maar de rechtbank acht dit onvoldoende aannemelijk. De rechtbank wijst de vorderingen jegens EMGA en [gedaagde 4] af omdat de ondeugdelijkheid van de installatie niet is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde 3] als verkoper aansprakelijk is wegens tekortkoming in de nakoming, maar niet verwijtbaar heeft gehandeld. Hierdoor kan ASR en BBZ geen regres op haar nemen volgens de Bedrijfsregeling brandregres (BBr). RSI wordt wel aansprakelijk gehouden wegens onzorgvuldig handelen en moet een schadevergoeding van maximaal €500.000 betalen. Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente toegewezen. Proceskosten worden verdeeld over partijen conform hun succes in de procedure.
Uitkomst: RSI wordt aansprakelijk gehouden voor € 500.000 schadevergoeding aan ASR; [gedaagde 3] niet verwijtbaar aansprakelijk; proceskosten en buitengerechtelijke kosten worden verdeeld.