ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3603

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
10 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-600110-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 14g SrArt. 366a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting voorwaardelijke gevangenisstraf in werkstraf wegens niet-naleving reclasseringsvoorwaarde

De rechtbank Utrecht behandelde op 10 september 2010 de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand opgelegd bij vonnis van 18 november 2008. De veroordeelde had de bijzondere voorwaarde om contact te onderhouden met de reclassering niet nageleefd, zoals bleek uit een brief van de Stichting Reclassering Nederland.

Tijdens de zitting van 27 augustus 2010 werd vastgesteld dat sinds juli 2009 geen contact meer was geweest tussen de veroordeelde en de reclassering, ondanks een enkele ontmoeting met een jobcoach in oktober 2009. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, waaronder het belang van het behoud van zijn baan in België.

Gezien deze omstandigheden besloot de rechtbank af te zien van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf en in plaats daarvan een werkstraf van zestig uur op te leggen, met een vervangende hechtenis van dertig dagen indien de werkstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd. De werkstraf moet binnen zes maanden worden voltooid.

Uitkomst: De voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand is omgezet in een werkstraf van zestig uur met een vervangende hechtenis van dertig dagen.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer: 16/600110-08
Datum uitspraak: 10 september 2010
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling
Beslissing van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 5 juli 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 18 november 2008, in de zaak tegen de veroordeelde:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1988],
wonende te [woonplaats], [adres].
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:
- een afschrift van voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde onder meer is veroordeeld tot -kort gezegd- een gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht.
- een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
- een brief van de Reclassering Nederland, regio Utrecht-Arnhem, arrondissement Utrecht d.d. 25 juni 2010, waaruit blijkt dat de veroordeelde voormelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 27 augustus 2010, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsvrouw.
OVERWEGINGEN:
Op grond van het onderzoek ter zitting, alsmede gelet op de inhoud van voormelde brief van de Stichting Reclassering Nederland d.d. 25 juni 2010, overweegt de rechtbank dat vast staat dat veroordeelde de bijzondere voorwaarde van een verplicht contact met de reclassering niet is nagekomen. Immers, de reclassering heeft sinds juli 2009 geen contact meer gehad met veroordeelde, omdat hij telefonisch niet bereikbaar was. Wel heeft veroordeelde nog een gesprek gehad met een jobcoach, omdat hij zich wilde oriënteren op werk en huisvesting in Nederland. Echter sinds een intakegesprek op 20 oktober 2009, is van veroordeelde niets meer vernomen.
Gelet hierop kan in beginsel worden overgegaan tot toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf. De rechtbank ziet echter termen aanwezig om een taakstraf te gelasten in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf te geven.
De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde, zoals de omstandigheid dat hij een baan heeft in België. De rechtbank acht het van groot belang dat veroordeelde zijn baan behoudt . Omdat het niet ondenkbaar is dat veroordeelde zijn baan bij de tenuitvoerlegging van een maand gevangenisstraf zal verliezen, gelast de rechtbank in plaats daarvan een taakstraf.
Daarbij heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het feit dat veroordeelde sinds zijn laatste veroordeling niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest en dat de proeftijd binnen afzienbare tijd zal aflopen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
De rechtbank:
Gelast, in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een taakstraf, bestaande deze straf uit:
een werkstraf voor de duur van zestig uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van dertig dagen indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht. De termijn waarbinnen de veroordeelde de werkstraf moet hebben verricht bedraagt zes maanden.
Aldus gedaan door mrs S. Wijna, A.G. van Doorn en D.A.C. Koster, bijgestaan door
H.J. Nieboer als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van
10 september 2010.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.