ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3680
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van faillissementsvordering na opheffing faillissement en postblokkade
De zaak betreft een vordering van Nationale-Nederlanden Financiële Diensten B.V. (NNFD) tegen een gefailleerde, waarbij NNFD een leningovereenkomst aanvoert met een openstaande hoofdsom. NNFD stuurde aanmaningsbrieven in 2006, waarvan één via een postblokkade bij de curator in het faillissement werd bezorgd. De curator nodigde NNFD uit de vordering ter verificatie in te dienen, wat ook gebeurde.
Het faillissement van de gedaagde werd in augustus 2006 opgeheven wegens de toestand van de boedel. NNFD stelde dat de verjaring was gestuit door de aanmaningsbrieven en de verificatie van de vordering. De rechtbank oordeelde echter dat de brief aan de curator geen stuitende werking had omdat een curator niet bevoegd is de gefailleerde te vertegenwoordigen voor ontvangst van aanmaningen, en dat een aanmaning geen verklaring betreffende de boedel is in de zin van de Faillissementswet.
Verder stelde de rechtbank vast dat NNFD niet binnen zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de opheffing een nieuwe eis heeft ingesteld, waardoor de stuiting van verjaring verviel. De vordering werd daarom als verjaard afgewezen en NNFD werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van NNFD is wegens verjaring afgewezen en NNFD is veroordeeld in de proceskosten.