ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4083
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.E. Veldhoen
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van Wmo-hulp bij het huishouden wegens voorliggende AWBZ-indicatie
Verzoekers, allen met een psychogeriatrische aandoening en woonachtig in woningen waar Stichting Zorggroep Charim zorg verleent, hebben een AWBZ-indicatie voor zorgzwaartepakket 5, inclusief hulp bij het huishouden. Zij vorderden voortzetting of toekenning van Wmo-hulp bij het huishouden, maar de gemeente wees dit af op grond van het bestaan van een voorliggende AWBZ-voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Charim zorg verleent die in principe hulp bij het huishouden omvat en dat verzoekers niet hebben aangetoond dat zij deze hulp niet via de AWBZ kunnen ontvangen. Verzoekers betoogden dat het Volledig Pakket Thuis (VPT) niet beschikbaar is en dat zij niet verplicht mogen worden te verhuizen naar een intramurale instelling, maar dit weerlegt de rechtbank omdat de AWBZ-indicatie als voorliggende voorziening geldt.
Verder oordeelt de rechtbank dat beleidsmatige en financiële afspraken tussen het ministerie en de VNG het wettelijke systeem niet kunnen wijzigen. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af, waarmee de AWBZ als voorliggende voorziening voor hulp bij het huishouden wordt bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt dat de AWBZ een voorliggende voorziening is, waardoor Wmo-hulp bij het huishouden niet wordt toegekend.