ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4419
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende schending onpartijdigheid
Verzoeker, middellijk bestuurder van UPEX B.V., die in staat van faillissement is verklaard, werd in verzekerde bewaring gesteld. Tijdens de procedure maakte verzoeker afspraken met de curator, vastgelegd in een proces-verbaal, waarna de rechtbank de inbewaringstelling schorste onder voorwaarde van naleving van deze afspraken.
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. [A], de rechter die de zaak behandelde, omdat hij meende dat mr. [A] onpartijdig had gehandeld door een telefonisch contact met de curator te voeren zonder hem te horen, wat volgens verzoeker het beginsel van hoor en wederhoor schond.
De rechtbank oordeelde dat er geen persoonlijke vooringenomenheid was en dat het wrakingsverzoek niet gegrond was. De afspraken en communicatie tussen curator en rechtbank waren niet onrechtmatig, en het verzoek tot wraking kon niet worden gebruikt om onjuiste rechterlijke uitspraken aan te vechten.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bevestigde dat mr. [A] onpartijdig had gehandeld en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden. Het wrakingsverzoek werd daarmee verworpen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. [A] wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor onpartijdigheidsschending.