ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7491
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet-toerekenbare verslechtering gezondheid na reïntegratieconflict
Werknemer was van 2005 tot 2009 in dienst en viel in 2007 uit wegens psychische klachten. Na een reïntegratietraject waarbij werkgever en bedrijfsarts samen met huisarts oordeelden dat werkhervatting mogelijk was, meldde werknemer zich ziek. Werkgever accepteerde deze ziekmelding niet, staakte loonbetaling en dreigde met ontslag op staande voet.
Werknemer stelde werkgever aansprakelijk voor schade door deze handelswijze, onder meer omdat zijn gezondheid zou zijn verslechterd en hij uiteindelijk arbeidsongeschikt werd verklaard. Het UWV oordeelde dat werknemer op ziekmeldingsdatum niet geschikt was voor werk, maar dit oordeel werd door de rechtbank gepasseerd vanwege gebrek aan overleg en onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat werkgever mocht afgaan op het gezamenlijke oordeel van bedrijfsarts en huisarts en niet verplicht was te wachten op een second opinion van het UWV. De dreiging met ontslag en loonstop waren gerechtvaardigd omdat werknemer niet meewerkte aan reïntegratie. Er was geen causale relatie tussen handelen werkgever en verslechtering gezondheid werknemer.
Ook de subsidiaire vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag werd afgewezen. Werkgever had haar reïntegratieverplichtingen nagekomen en het ontslag was niet in strijd met goed werkgeverschap. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werknemer tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van aansprakelijkheid en kennelijk onredelijk ontslag.