ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2148
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering betaling en schadevergoeding bij onderaanneming stukadoorswerk
Partijen sloten op 10 maart 2009 een overeenkomst van aanneming van werk waarbij eiseres stukadoorswerkzaamheden als onderaannemer uitvoerde. Gedaagde betwistte betaling van facturen en stelde dat eiseres tekort was geschoten in kwaliteit en bouwtempo.
De rechtbank stelde vast dat partijen een vaste aanneemsom van €104.960,75 waren overeengekomen, waardoor vorderingen van eiseres voor meerwerk en extra meters niet toewijsbaar waren. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de kwaliteit van het werk gebrekkig was.
De in de planning opgenomen data werden niet als fatale termijnen aangemerkt. Vast stond dat de achterstand in de planning niet aan eiseres kon worden toegerekend omdat de ruwbouw niet tijdig gereed was. Hierdoor was geen sprake van toerekenbare tekortkoming.
De vordering van eiseres tot betaling van €59.960,75 werd toegewezen met wettelijke rente en beslagkosten. De vorderingen van gedaagde tot schadevergoeding wegens tekortkoming en onrechtmatige beslaglegging werden afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €59.960,75 met rente en beslagkosten; overige vorderingen worden afgewezen.