ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3898
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag ondanks bodemvonnis en hoger beroep
In deze zaak vordert Exploitatiemaatschappij Eemnes B.V. de opheffing van conservatoir beslag dat de gemeente Bergen op haar heeft gelegd onder de notaris ter zekerheid van een vordering van maximaal EUR 1.000.000. De gemeente Bergen had dit beslag gelegd na verkregen verlof van de voorzieningenrechter, mede vanwege een groot restitutierisico aan de zijde van Eemnes.
Eerder had de rechtbank Roermond in een bodemprocedure een koopovereenkomst tussen partijen erkend en Eemnes veroordeeld tot medewerking aan de levering van percelen grond tegen een koopprijs van EUR 8,00 per m2. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep. Eemnes stelde dat het beslag ondeugdelijk was en onnodig, onder meer omdat het bodemvonnis in haar voordeel was en het beslag een toekomstige vordering betrof.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een bodemvonnis in eerste aanleg niet automatisch leidt tot opheffing van het beslag zolang hoger beroep loopt. De belangen van partijen moeten worden afgewogen. De gemeente had aannemelijk gemaakt dat er een groot restitutierisico was en dat de percelen moeilijk verkoopbaar waren en niet voldoende zekerheid boden. Eemnes had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het hoger beroep van de gemeente geen kans van slagen had of dat het beslag onnodig was.
Daarom werd de vordering tot opheffing van het conservatoir beslag afgewezen en bleef het beslag gehandhaafd. Eemnes werd veroordeeld in de proceskosten van de gemeente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en het beslag blijft gehandhaafd.