ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5000
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verdachte feitelijk leidinggeven verboden gedragingen in kunststofafvalhandel en EVOA-overtredingen
De rechtbank Utrecht heeft op 17 januari 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die als directeur van een onderneming feitelijk leiding heeft gegeven aan verboden gedragingen in de handel van kunststofafval. De tenlastelegging betrof onder meer overtredingen van de Europese verordening over de overbrenging van afvalstoffen (EVOA), oplichting van een certificerende instantie en valsheid in geschrift.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedragingen zouden plaatsvinden en deze opzettelijk heeft bevorderd. Er was sprake van het uitvoeren van kunststofafval naar landen als China en India zonder de juiste vergunningen, onjuiste of ontbrekende begeleidende informatie over de ontvanger en nuttige toepassing, en het gebruik van valse documenten om controle te omzeilen.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte niet verantwoordelijk was voor de administratie en dat de stoffen geen afval waren, maar deze verweren werden verworpen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte feitelijk leiding gaf en veroordeelde hem tot een werkstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.