ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7377
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mensenhandel en criminele organisatie; veroordeling vals paspoort en valse naam
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van meerdere feiten van mensenhandel, deelname aan een criminele organisatie en het gebruik van valse reisdocumenten.
Na uitgebreid onderzoek en beoordeling van bewijsmiddelen, waaronder tapgesprekken en getuigenverklaringen, concludeerde de rechtbank dat er onvoldoende bewijs was om verdachte te veroordelen voor mensenhandel ten aanzien van verschillende slachtoffers en deelname aan een criminele organisatie. Verdachte werd daarom vrijgesproken van deze ernstige beschuldigingen.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 21 november 2006 opzettelijk gebruik maakte van een Turks paspoort dat niet op zijn naam stond en op of omstreeks 7 februari 2007 een valse naam opgaf aan opsporingsambtenaren. Voor deze feiten werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van voorarrest, en een geldboete van €250, te vervangen door vijf dagen hechtenis bij niet-betaling.
De rechtbank benadrukte dat het bewijs voor de ernst van de mensenhandelpraktijken onvoldoende was en dat het beeld dat in het requisitoir werd geschetst niet volledig overeenkwam met de bewezen feiten. Daarnaast werden inbeslaggenomen voorwerpen zoals een ploertendoder en kogelwerende vesten onttrokken aan het verkeer. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 18 februari 2011 in Almelo.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel en deelname aan criminele organisatie, maar veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf en een geldboete voor gebruik vals paspoort en valse naam.