ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2824
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Bruna
- M.J. Grapperhaus
- J. Schwillens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens grove veronachtzaming procesrechten verdachte
De zaak betrof een verdenking dat verdachte deel had uitgemaakt van een groep die geweld pleegde en dat zij een nabootsing van een vuurwapen bij zich had. Verdachte had voorafgaand aan de zitting tweemaal schriftelijk verzocht om sepot van de zaak vanwege onvoldoende bewijs.
De officier van justitie had dit verzoek afgewezen en gaf op de zitting aan het dossier pas kort tevoren goed te hebben bestudeerd, waarna bleek dat er onvoldoende bewijs was. Ondanks dit vervolgde het OM de zaak, wat de rechtbank als een grove veronachtzaming van de rechten van verdachte beoordeelde.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verdachte om niet voor de rechter te verschijnen groot was, mede omdat zij een blanco strafblad had. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. De rechtbank wees ook op het belang van een zorgvuldige en consciëntieuze besluitvorming door het OM.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 31 januari 2011. Mr. Schwillens kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens grove veronachtzaming van de rechten van verdachte en onvoldoende bewijs.