ECLI:NL:RBUTR:2011:BR0738
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kostenvergoeding deskundige en matiging kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak
Verzoeker werd verdacht van het niet opgeven van verkoopwinst over de jaren 1999 en 2000, maar de strafzaak eindigde in een sepot. Verzoeker vroeg vergoeding van kosten voor een deskundigenrapport en rechtsbijstand. De rechtbank constateerde dat het deskundigenrapport voornamelijk voor een belastingzaak was opgesteld en niet voor de strafzaak, waardoor vergoeding daarvan werd afgewezen.
De rechtbank beoordeelde de declaraties van de raadsman als onvoldoende onderbouwd, met een bovenmatig uurtarief en te veel gedeclareerde uren, waaronder reistijd en correspondentie. Daarom werd een redelijke en billijke vergoeding vastgesteld, waarbij verzoeker slechts de helft van zijn aandeel kreeg toegekend vanwege zijn eigen gedrag dat de verdenking rechtvaardigde.
De rechtbank wees ook de gevorderde rentederving af en kende een forfaitaire vergoeding toe voor de kosten van het verzoekschrift. Het verzoek tot vergoeding van kosten van medeverzoeker werd afgewezen omdat deze geen rechtens afdwingbare betalingsverplichting had. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 21 juni 2011.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten deskundige afgewezen en matiging vergoeding kosten rechtsbijstand toegekend tot €3.640.