ECLI:NL:RBHAA:2008:BH8208
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Snitker
- M.J. Leijdekker
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting over winst uit aanmerkelijk belang bij aandelenfusie
Eiser was aandeelhouder in J BV met gewone aandelen A en preferente aandelen B, die in 1999 werden gesplitst en in 2000 werden overgedragen aan N BV in ruil voor aandelen in M Inc. Verweerder legde een navorderingsaanslag op voor 2000 wegens niet opgegeven winst uit aanmerkelijk belang.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aandelen A en B verschillende soorten aandelen vormen in de zin van artikel 20a Wet IB 1964, wat gevolgen heeft voor de aanmerkelijk-belangregeling en de belastbaarheid van de winst uit aanmerkelijk belang. De rechtbank onderzocht de statutaire bepalingen, de rechten verbonden aan de aandelen, en deskundigenadviezen.
De rechtbank concludeerde dat de aandelen A en B, ondanks enkele verschillen in statutaire bepalingen zoals verjaring van dividendvorderingen en uitkering bij liquidatie, in gelijke mate delen in winst, reserves en liquidatieoverschot. Daarmee vormen zij één soort aandeel voor de aanmerkelijk-belangregeling.
Dit betekent dat eiser door verwatering van zijn aandelenbezit in 1999 geen aanmerkelijk belang meer had, wat fiscaal wordt gezien als een fictieve vervreemding in 1999 en niet in 2000. Omdat eiser niet expliciet heeft gekozen voor doorschuiving van het voordeel uit aanmerkelijk belang, is de navorderingsaanslag over 2000 onterecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, de navorderingsaanslag vernietigd en verweerder veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000 wordt vernietigd omdat aandelen A en B één soort vormen en winst uit aanmerkelijk belang in 1999 is gerealiseerd.