ECLI:NL:RBUTR:2011:BR0802
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer wegens wijziging pensioenregeling na fiscale wetswijziging
Werknemer was sinds 1992 in dienst en deelnemer aan een pensioenregeling met pensioenleeftijd 60 jaar. Na een wetswijziging per 1 januari 2006 verhoogde werkgever de pensioenleeftijd naar 65 jaar en stopte het overbruggingspensioen. Werknemer ging op 57-jarige leeftijd met vervroegd pensioen en vorderde vergoeding van pensioenschade, stellende dat de oude regeling bleef gelden.
Werkgever stelde dat werknemer stilzwijgend had ingestemd met de wijziging en dat een eenzijdig wijzigingsbeding van toepassing was. De kantonrechter verwierp deze verweren omdat geen duidelijke instemming was gegeven en het pensioenreglement geen bevoegdheid tot eenzijdige wijziging bevatte. Wel werd het beroep op goed werknemerschap gehonoreerd: werknemer mocht van werkgever verwachten dat hij instemde met de wijziging gezien het zwaarwegende belang van werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat de keuze van werknemer om ruim vóór de nieuwe pensioenleeftijd met pensioen te gaan, voor zijn eigen rekening kwam. De vordering tot schadevergoeding wegens onjuiste pensioenopgaven en voorlichting werd eveneens afgewezen. De proceskosten werden aan werknemer opgelegd.
Uitkomst: De vordering van werknemer tot vergoeding van pensioenschade wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.