ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3472
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond verklaard tegen dwangmedicatie zonder geldige BOPZ-opname
Verzoekster, opgenomen bij Altrecht, klaagde tegen de beslissing tot dwangmedicatie omdat zij niet gedwongen opgenomen was onder de Wet BOPZ, waardoor de juridische grond voor dwangbehandeling ontbrak. De rechtbank onderzocht of verzoekster op de toetsingsmomenten onder het BOPZ-kader viel. Hoewel een machtiging tot voortgezet verblijf was verleend, bleek verzoekster sinds eind januari niet meer op de afdeling te verblijven en had Altrecht de situatie geaccepteerd, waardoor de machtiging kennelijk was prijsgegeven.
De rechtbank oordeelde dat er op het moment van beoordeling geen sprake was van een gedwongen opname en dus geen wettelijke basis voor dwangmedicatie bestond. De klacht van verzoekster en de Inspectie werden daarom gegrond verklaard. De rechtbank merkte op dat de dwangmedicatie feitelijk niet was toegepast en ook niet meer zou worden toegepast, waardoor een ex tunc toetsing niet relevant was.
Verzoekster had immateriële schade door spanning en onzekerheid over de dwangmedicatie gesteld, maar dit was onvoldoende concreet onderbouwd voor toekenning van schadevergoeding. De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af. De Inspectie verzocht om schorsing van de dwangmedicatie, maar aangezien deze niet werd toegepast, was schorsing niet nodig.
De rechtbank complimenteerde Altrecht met de zorgvuldigheid in de behandeling en de afwegingen, maar benadrukte dat het wettelijke kader van de BOPZ strikt moet worden nageleefd. De klacht werd gegrond verklaard en de beslissing tot dwangmedicatie vernietigd.
Uitkomst: De klacht tegen dwangmedicatie zonder geldige BOPZ-opname is gegrond verklaard en de beslissing vernietigd.