ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3498
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Moeder aansprakelijk voor begrafeniskosten vader na zuivere aanvaarding nalatenschap
De dochter heeft de begrafenisondernemer opdracht gegeven de uitvaart van haar vader te verzorgen en vordert van haar moeder betaling van de kosten van € 2.906,80. De moeder heeft de nalatenschap zuiver aanvaard, waardoor zij aansprakelijk is voor de schulden van de nalatenschap, waaronder de redelijke kosten van lijkbezorging volgens artikel 4:7 lid 1 sub b BW Pro.
De moeder voerde aan dat zij niet gehouden zou zijn tot betaling omdat de dochter zonder overleg de uitvaart had geregeld en de vader op een plaats begraven is waar hij niet wilde worden. De rechtbank oordeelt dat de dochter adequaat heeft gehandeld gezien het spoedeisende karakter van uitvaarten en dat de moeder geen rechtvaardiging heeft om de factuur niet te betalen. De hoogte van de kosten wordt niet als onredelijk beschouwd.
De rechtbank veroordeelt de moeder tot betaling van het factuurbedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Moeder wordt veroordeeld tot betaling van begrafeniskosten en wettelijke rente aan dochter.