ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3743
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering en cessie van facturen tussen Intergamma en Coface
Intergamma had elektronica afgenomen van het AFK-concern, waarbij vanaf 2008 AFK Duitsland formeel contractspartij werd. AFK Duitsland heeft haar vorderingen op Intergamma tot 1 maart 2009 aan Coface gecedeerd. Intergamma betaalde echter bedragen aan AFK Holland, niet aan Coface, en voerde diverse verweren aan tegen de vordering van Coface.
De rechtbank oordeelde dat de cessie rechtsgeldig was, ondanks het ontbreken van mededeling aan Intergamma en het vermeende verbod op cessie in de inkoopvoorwaarden. Betalingen aan AFK Holland waren niet bevrijdend omdat alleen Coface bevoegd was tot inning. Ook het verweer van verrekening tussen AFK Holland en AFK Duitsland faalde.
De rechtbank wees de vordering van Coface toe tot betaling van €100.825,77 vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 18 mei 2009. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen. Intergamma werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. J.W. Frieling op 2 maart 2011.
Uitkomst: Intergamma wordt veroordeeld tot betaling van €100.825,77 met wettelijke handelsrente en proceskosten aan Coface.