ECLI:NL:RBUTR:2011:BS8963
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzieningenrechter in kort geding VvE
In deze zaak heeft verzoeker de voorzieningenrechter mr. [verweerster] en de president van de rechtbank Utrecht, mr. [verweerder], gewraakt naar aanleiding van een kort geding tussen de Vereniging van Eigenaars Appartementengebouw [A] en verzoeker. Het wrakingsverzoek tegen mr. [verweerster] is gebaseerd op haar beslissing om stukken van verzoeker niet toe te laten in het kort geding, waardoor verzoeker meent dat zijn verdedigingsrecht is beperkt.
De rechtbank overweegt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen individuele rechters die een zaak behandelen, niet tegen de rechtbank als geheel. Het verzoek tegen mr. [verweerder] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet betrokken was bij de zaak. De wrakingskamer beoordeelt het verzoek tegen mr. [verweerster] aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
Er is geen bewijs van persoonlijke vooringenomenheid jegens verzoeker. De beslissing van mr. [verweerster] om stukken niet toe te laten was gebaseerd op wettelijke bepalingen (artikel 255 lid 1 Rv Pro) en procesregels. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in persoon of via advocaat te verschijnen. De wrakingskamer concludeert dat er geen objectieve reden is om aan de onpartijdigheid van mr. [verweerster] te twijfelen en wijst het wrakingsverzoek af.
De procedure wordt voortgezet in de stand zoals deze was voor de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. De beslissing wordt aan alle betrokken partijen en relevante functionarissen toegezonden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen en het verzoek tegen de president wordt niet-ontvankelijk verklaard.