ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1980
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs telen en bezit hennep en elektriciteitsdiefstal
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het samen met anderen telen of aanwezig hebben van hennep, subsidiair het behulpzaam zijn daarbij, en het samen met anderen stelen van elektriciteit. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 1 september 2011, waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten presenteerden.
De officier van justitie achtte alleen het subsidiaire feit van behulpzaamheid bij het telen of aanwezig hebben van hennep wettig en overtuigend bewezen, terwijl de primaire feiten en de elektriciteitsdiefstal niet bewezen werden geacht. De verdediging verzocht tot vrijspraak op alle tenlastegelegde feiten.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om verdachte te verbinden aan de hennepplantages of de diefstal van elektriciteit. Uit het dossier bleek alleen dat verdachte aanwezig was toen het pand werd gehuurd en dat een aanhanger met hennep op zijn naam stond, maar geen aanwijzingen voor betrokkenheid bij de strafbare feiten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.