ECLI:NL:RBUTR:2011:BT7151
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing erfdienstbaarheid en gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige daad
De rechtbank Utrecht behandelde een burenruzie over het recht van overpad en de opheffing van een erfdienstbaarheid. Eisers vorderden opheffing van de erfdienstbaarheid op grond van het ontbreken van een redelijk belang bij de uitoefening daarvan door gedaagden. De rechtbank oordeelde dat het redelijk belang nog aanwezig is, mede omdat de erfdienstbaarheid sinds 1922 bestond ten behoeve van de bedrijfsvoering en de alternatieve routes minder praktisch zijn.
Daarnaast vorderden eisers schadevergoeding wegens verschillende incidenten, waaronder het besmeren van een auto met mest, het klemzetten van een auto met een tractor, en vernieling van bestrating en hekwerk. De rechtbank wees de schadevergoeding voor de mestschade en de vernielingen af wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. Wel werd de schadevergoeding voor de huur van een vervangende auto wegens het klemzetten van de auto toegewezen, omdat dit onrechtmatig handelen was en voldoende onderbouwd.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken door mr. C.A.M. van Straalen-Coumou op 27 juli 2011.
Uitkomst: Vordering opheffing erfdienstbaarheid afgewezen, schadevergoeding van EUR 448,05 toegekend wegens onrechtmatige daad.