ECLI:NL:RBUTR:2011:BT7568
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs functioneel daderschap bij valsheid in geschrift werktijdverkorting
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opdracht geven tot of feitelijk leidinggeven aan het valselijk opmaken van declaraties en opgavenformulieren in het kader van de werktijdverkortingsregeling (WTV). Deze regeling was bedoeld om werkgevers te ondersteunen tijdens de financiële crisis door werktijdverkorting te vergoeden, mits werknemers scholing kregen.
De officier van justitie stelde dat de declaraties en opgavenformulieren vals waren omdat minder uren waren ingevuld dan daadwerkelijk gewerkt, waardoor onterecht WW-uitkeringen werden ontvangen. Diverse werknemers verklaarden echter dat zij hun volledige uren hadden gewerkt en slechts gedeeltelijk scholing hadden ontvangen, wat het verweer van de verdediging ondersteunde. De rechtbank oordeelde dat slechts voor enkele werknemers aannemelijk was dat scholing had plaatsgevonden, maar niet in die mate dat het valsheid uitsloot.
De rechtbank onderzocht ook de rol van verdachte binnen het bedrijf en concludeerde dat verdachte niet voldoende bewijs had van feitelijk leidinggeven of opdracht geven aan de verboden gedragingen. Verdachte was aandeelhouder en adviseur, maar de dagelijkse leiding lag bij een ander. Het opportuniteitsbeginsel en de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie werden bevestigd. Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs van functioneel daderschap.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift.