ECLI:NL:RBUTR:2011:BT8371
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- M.J. Veldhuijzen
- R.G.A. Beaujean
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in harddrugs en illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring
De rechtbank Utrecht behandelde op 17 oktober 2011 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van vier feiten: handel in cocaïne en heroïne, illegaal verblijf in Nederland ondanks een ongewenstverklaring, witwassen van ongeveer €5.775, en het beschadigen van een politieauto.
De rechtbank achtte twee feiten wettig en overtuigend bewezen: het handelen in verdovende middelen (cocaïne en heroïne) en het illegaal verblijven in Nederland terwijl verdachte ernstige reden had te vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. De overige feiten, waaronder het witwassen en het beschadigen van de politieauto, werden niet bewezen verklaard en verdachte werd daarvan vrijgesproken.
De bewijsvoering omvatte onder meer de waarnemingen van verbalisanten die verdachte schichtig zagen handelen bij een bekende dealplek, de vondst van bolletjes heroïne en cocaïne bij verdachte, en de ontvangst van de ongewenstverklaring in 2006. De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de ongewenstverklaring te begrijpen en dat hij overmacht had omdat Algerije hem niet wilde terugnemen, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het handelen in harddrugs een ernstig feit is en dat de strafmaat passend moest zijn. Gezien de omstandigheden en eerdere veroordelingen legde de rechtbank een gevangenisstraf van 4 maanden op, met aftrek van de tijd in voorarrest. Het in beslag genomen geldbedrag werd aan verdachte teruggegeven omdat het witwassen niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf voor handel in harddrugs en illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring.