ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3312
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing algemene voorwaarden en contractuele boete in samenwerkingsovereenkomst uitzendbranche
In deze civiele zaak staat centraal of de algemene voorwaarden van Covebo BV van toepassing zijn op de samenwerkingsovereenkomst met WRF Groep BV, en of WRF een contractuele boete verschuldigd is wegens het in dienst nemen van twee voormalige uitzendkrachten binnen zes maanden na beëindiging van terbeschikkingstelling.
De rechtbank stelt vast dat de brief van Covebo van 24 november 2008, waarin verwezen wordt naar de bijgevoegde algemene voorwaarden, dwingend bewijs oplevert dat deze voorwaarden zijn overhandigd. WRF heeft dit bewijs niet kunnen ontzenuwen ondanks het horen van getuigen en het overleggen van verklaringen. De aanwezigheid van de algemene voorwaarden bij de brief wordt als aannemelijk beschouwd.
Verder wordt het beroep van WRF op vernietiging van de boeteclausule wegens onredelijkheid verworpen. De rechtbank acht de boete redelijk gelet op de bescherming van de handelsbelangen van Covebo en de gebruikelijkheid van dergelijke clausules in de uitzendbranche. Ook een beroep op matiging van de boete slaagt niet. Daarnaast wijst de rechtbank de vordering van Covebo tot wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW af, maar kent wel wettelijke rente ex art. 6:119 BW Pro toe vanaf de dagvaarding.
Ten slotte veroordeelt de rechtbank WRF tot betaling van €21.510,40 plus wettelijke rente en proceskosten, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: WRF wordt veroordeeld tot betaling van €21.510,40 plus wettelijke rente en proceskosten wegens toepassing algemene voorwaarden en contractuele boete.