ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6399
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor poging tot doodslag met verminderd toerekeningsvatbaarheid
Op 16 mei 2010 stak verdachte het slachtoffer meerdere keren met een mes, onder meer in de borststreek, waarbij sprake was van een aanzienlijke kans op overlijden. De rechtbank oordeelt dat sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood, maar geen sprake was van voorbedachten rade, zodat poging tot moord wordt verworpen en poging tot doodslag bewezen verklaard.
De rechtbank neemt psychologisch en psychiatrisch onderzoek in acht waaruit blijkt dat verdachte lijdt aan een agressieregulatiestoornis en alcoholmisbruik, wat leidt tot verminderd toerekeningsvatbaarheid. Dit beïnvloedt de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan de tenuitvoerlegging wordt opgeschort onder voorwaarden, en een werkstraf van 180 uur. Verdachte moet zich houden aan reclasseringsaanwijzingen en deelnemen aan ambulante behandeling voor alcohol en agressie.
De rechtbank weegt mee dat verdachte na het incident hulp heeft gezocht, een blanco strafblad heeft, en samen met het slachtoffer zorg draagt voor kinderen. Vrijwillige terugtred wordt verworpen omdat het geweld niet ongedaan kon worden gemaakt.
De uitspraak is gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Utrecht op 26 september 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een werkstraf van 180 uur wegens poging tot doodslag met verminderd toerekeningsvatbaarheid.