ECLI:NL:RBUTR:2012:BV6098
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift en belastingfraude door bedrijfsadministratie
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift en belastingfraude gepleegd door het bedrijf [bedrijf 1]. Verdachte en medeverdachten hebben valse facturen van drie bedrijven in de bedrijfsadministratie opgenomen, terwijl de genoemde werkzaamheden niet zijn verricht. Deze valse facturen zijn gebruikt om onjuiste aangiften omzetbelasting in te dienen, waardoor de belastingdienst is benadeeld.
Bewijs bestond uit verklaringen van getuigen, medeverdachten en administratieve documenten waaronder facturen, faxberichten en correspondentie. Verdachte was volgens getuigen de feitelijke leidinggevende binnen het bedrijf en het gezicht naar buiten. Hij nam beslissingen, maakte prijsafspraken en stelde offertes op. Verdachte heeft de valse facturen samen met een medeverdachte opgesteld en aangeleverd aan het administratiekantoor.
De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk de valse facturen heeft aangeleverd en daarmee de administratie heeft vervalst. Dit opzet is toe te rekenen aan het bedrijf. Verdachte heeft ook leiding gegeven aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting. Voor het medeplegen van valsheid in geschrift is verdachte veroordeeld. De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 100 uur met een vervangende hechtenis van 50 dagen.
De verdediging voerde aan dat verdachte onder druk stond door eerdere faillissementen en dat de constructie met valse facturen in overleg en openheid was toegepast. Verdachte heeft geen eerdere veroordelingen en heeft de relaties met betrokkenen beëindigd. De rechtbank hield rekening met deze omstandigheden bij de strafoplegging.
De strafzaak illustreert de juridische beoordeling van feitelijk leidinggeven aan strafbare feiten binnen een rechtspersoon, waarbij de bedrijfsadministratie als geschrift wordt aangemerkt en valsheid daarin strafbaar is. De zaak toont ook het belang van bewijsvoering door getuigenverklaringen en administratieve documenten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf waarvan drie voorwaardelijk en een werkstraf van 100 uren wegens feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift en belastingfraude.