ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0733
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor faillissementstekort wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling
De curator in het faillissement van een vennootschap vordert dat de bestuurder aansprakelijk wordt gesteld voor het tekort dat is ontstaan door het faillissement. De curator stelt dat de bestuurder en zijn broer hun taken kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld, onder meer door het niet tijdig deponeren van jaarrekeningen, het niet voeren van een volledige administratie en het maken van verliesgevende transacties die liquiditeiten genereerden ten behoeve van andere belangen.
De rechtbank stelt vast dat de curator voldoende heeft onderbouwd dat de bestuurder aansprakelijk is op grond van artikel 2:248 BW Pro. De bestuurder heeft de schending van de publicatie- en boekhoudplicht niet weersproken en de feiten wijzen op een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling die een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De vordering tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen omdat artikel 2:248 BW Pro geen grondslag biedt voor rente over het faillissementstekort na de slotuitdelingslijst.
Ook de vordering tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen vanwege gebrek aan belang, aangezien deze kosten al zijn meegenomen in het faillissementstekort. De rechtbank veroordeelt de bestuurder tot betaling van het tekort en een voorschot van € 500.000,00, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Bestuurder wordt aansprakelijk gesteld voor het faillissementstekort en veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 500.000,--.