ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4343
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Wijna
- Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs drugshandel in Utrecht
De rechtbank Utrecht behandelde op 27 maart 2012 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne, MDMA, hennep en hasjiesj in Utrecht in januari 2012. De tenlastelegging werd tijdens de zitting gewijzigd conform artikel 313 Sv Pro.
De verdediging voerde aan dat de procesorde was geschonden en dat onrechtmatigheden rond de inverzekeringstelling hadden plaatsgevonden, wat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de rechter-commissaris de inverzekeringstelling rechtmatig had bevonden en daartegen geen hoger beroep mogelijk was.
De officier van justitie stelde dat verdachte op 6 januari 2012 drugs had vervoerd en baseerde dit op het dossier en het requisitoir. De verdediging stelde dat er tegenstrijdigheden en hiaten waren, en dat het niet was uit te sluiten dat een medeverdachte of derden de drugs in het kluisje hadden geplaatst zonder medeweten van verdachte.
De rechtbank vond de alternatieve scenario’s aannemelijk en oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte de feiten had gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van drugshandel.