ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7961
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken kerkelijke tuchtcommissie wegens schending hoor en wederhoor en motiveringsgebrek
De zaak betreft een geschil tussen een predikant en zijn kerkgenootschap over uitspraken van de Generale Commissie voor het Opzicht (GCO) in tuchtprocedures. De predikant was beschuldigd van laster en het afleggen van een valse verklaring in kerkelijke procedures, met name over een gesprek tijdens een buitengewone visitatie.
De rechtbank toetst de uitspraken van de GCO aan het analoge toepassingsgebied van artikel 7:904 lid 1 BW Pro en concludeert dat de gebondenheid aan deze uitspraken naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit vanwege fundamentele gebreken zoals schending van het recht op hoor en wederhoor, onvoldoende motivering, en het overschrijden van de klachtbevoegdheid door de GCO.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de kerkelijke visitatiecommissie haar ambtsgeheim niet heeft geschonden door pastorale contacten, maar dat de procedurele tekortkomingen in de GCO-uitspraak zodanig zijn dat vernietiging noodzakelijk is. De rechtbank veroordeelt de kerk in de proceskosten en wijst de vorderingen van de predikant op onrechtmatige daad af wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraken van de Generale Commissie voor het Opzicht en veroordeelt de kerk in de proceskosten.