ECLI:NL:RBUTR:2012:BW9235
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag en veroordeling mishandeling zoon met sterke vermindering toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht haar 13-jarige zoon te hebben geprobeerd te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem de keel dicht te knijpen. Getuigenverklaringen en foto’s van het letsel toonden aan dat verdachte haar zoon met beide handen de keel had dichtgeknepen, maar niet lang genoeg om doodslag of zwaar letsel wettig en overtuigend te bewijzen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag en poging tot zwaar lichamelijk letsel, maar verklaarde mishandeling wettig en overtuigend bewezen. Deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan een psychotische stoornis en vermoedelijk zwakbegaafd is, wat leidde tot een sterke vermindering van haar toerekeningsvatbaarheid ten tijde van het feit.
Hoewel de officier van justitie vrijspraak vorderde wegens ontoerekeningsvatbaarheid, oordeelde de rechtbank dat volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet was vastgesteld. Daarom werd een gevangenisstraf van een maand opgelegd, waarbij de tijd in voorarrest werd verrekend. De rechtbank zag geen mogelijkheden voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis binnen deze strafprocedure, maar adviseerde spoedige klinische opname buiten het strafrechtelijk kader.
De uitspraak benadrukt de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de bijzondere omstandigheden rondom de psychische gesteldheid van verdachte, die de strafmaat beïnvloedden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging doodslag en veroordeeld tot een maand gevangenisstraf voor mishandeling met sterke vermindering van toerekeningsvatbaarheid.