ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0641
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. ter Brugge
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- M. Stapels-Wolfrat
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanwijzing Drogisterijcollege als examenbevoegde organisatie wegens onvoldoende motivering
De rechtbank Utrecht behandelde het beroep tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om Drogisterijcollege aan te wijzen als examenbevoegde organisatie op grond van de Geneesmiddelenwet. In een tussenuitspraak van 17 februari 2012 oordeelde de rechtbank dat de motivering van het besluit onvoldoende was, met name ten aanzien van de voorwaarden waaraan Drogisterijcollege moest voldoen en de waarborging van haar onafhankelijkheid.
Verweerder heeft vervolgens de motivering aangevuld in een aanvullend besluit van 27 maart 2012. De rechtbank oordeelt dat met deze aanvullende motivering voldoende inzicht is gegeven in de beoordeling van de organisatie en exameneisen van Drogisterijcollege. Tevens is voldoende gemotiveerd dat de onafhankelijkheid van Drogisterijcollege als examenbevoegde instantie gewaarborgd is, onder meer door de afsplitsing van e-beat e-learning en de instelling van een Raad van Toezicht.
Hoewel het oorspronkelijke besluit onvoldoende was gemotiveerd en daarom vernietigd wordt, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.