ECLI:NL:RBUTR:2012:BX1309
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.A. van Kalveen
- P.W.G. de Beer
- E.A. Messer
- Rechtspraak.nl
Jeugddetentie opgelegd voor diefstal, vernieling en poging woninginbraak ondanks Salduz-verweer
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak tegen een minderjarige verdachte die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder diefstal bij Albert Heijn en Jumbo, vernieling van een brievenbus en poging tot woninginbraak. De verdediging voerde een Salduz-verweer aan, stellende dat de bekennende verklaring bij de politie onbruikbaar was omdat het consultatierecht niet was benut. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaring ter terechtzitting, waarbij verdachte werd bijgestaan door zijn raadsvrouw, niet het rechtstreeks gevolg was van de eerdere onbruikbare verklaring en daarom als bewijs kon dienen.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Getuigenverklaringen, aangiften en de bekennende verklaring ter zitting ondersteunden dit oordeel. De poging tot woninginbraak werd bewezen mede door belastende verklaringen van medeverdachten en getuigen.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de recidive van verdachte, zijn gebrek aan berouw en de negatieve psychologische rapportages. Verdachte werd veroordeeld tot 150 dagen jeugddetentie, waarvan 75 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde van naleving van een Hulp & Steun-maatregel. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke straf deels ten uitvoer gelegd na omzetting in een werkstraf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 150 dagen jeugddetentie, waarvan 75 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.