ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4936
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter in strafzaak wegens misbruik wrakingsmiddel
In deze zaak diende de verdachte, verblijvend in het Huis van Bewaring te Nieuwegein, een wrakingsverzoek in tegen mr. Oosting, rechter in de sector strafrecht van de rechtbank Utrecht, die belast was met het onderzoek in raadkamer betreffende de verlenging van zijn voorlopige hechtenis. Het verzoek werd ingediend nadat mr. Oosting haar beslissing op de verlenging van het bevel tot gevangenhouding had meegedeeld.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien het verzoek pas na de beslissing werd kenbaar gemaakt, terwijl het wrakingsmiddel bedoeld is om vóór de einduitspraak te worden ingezet. Tevens ontbraken concrete en specifieke wrakingsgronden gericht tegen de rechter, wat de conclusie rechtvaardigde dat het verzoek een reactie was op een onwelgevallige beslissing en niet op een gegronde vrees voor partijdigheid.
Daarnaast verklaarde de rechtbank dat de verdachte misbruik maakte van het wrakingsmiddel, gezien zijn mededeling dat hij elke rechter zou wraken die een hem onwelgevallige uitspraak doet. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van de verdachte niet in behandeling zal worden genomen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken op 17 augustus 2012.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige verzoeken worden niet in behandeling genomen wegens misbruik van het wrakingsmiddel.