ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5423
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over aansprakelijkheid Rabobank voor bevriezing tegoeden onder EU-sancties Iran
Arman General Trading FZE, een handelsvennootschap gevestigd in Dubai, kocht palmolie van AWB Geneva SA en betaalde de koopsom via Rabobank, waarbij het bedrag afkomstig was van Bank Melli in Iran. Rabobank bevroor het tegoed op grond van EU-Verordening 423/2007 die sancties tegen Iran oplegt. Arman vorderde onder meer rente, kosten en schadevergoeding wegens de bevriezing.
De rechtbank beoordeelde of Rabobank terecht het tegoed had bevroren en of zij aansprakelijk was voor de schade door het voortduren van de bevriezing. De rechtbank stelde vast dat Rabobank op grond van de Verordening verplicht was te bevriezen en dat zij niet nalatig was, aangezien zij handelde in vertrouwen dat de maatregel rechtmatig was. De vrijgave van het tegoed vereiste toestemming van de Minister van Financiën.
Wel oordeelde de rechtbank dat Rabobank onrechtmatig handelde door in een brief aan AWB de indruk te wekken dat zij al een verzoek tot vrijgave had ingediend bij de bevoegde autoriteit en dat zij de benodigde informatie zou doorgeven. Indien Arman bewijst dat AWB die informatie kort na 9 juni 2009 aan Rabobank heeft verstrekt en Rabobank deze niet heeft doorgegeven, is Rabobank aansprakelijk voor de schade door de vertraagde vrijgave.
De rechtbank wees Arman toe om bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, over de informatieverschaffing aan Rabobank. De verdere beslissing werd aangehouden in afwachting van bewijslevering. De zaak illustreert de complexe verhouding tussen bankverplichtingen onder sanctiewetgeving en aansprakelijkheid jegens derden.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor bewijslevering over informatieverschaffing aan Rabobank en beoordeling van aansprakelijkheid.